Campagnenieuws
Zeehondenvlees eten als aanklacht tegen bio-industrie?
Kunst met een kleine k
16 januari 2010

Foto: Claudia Linssen
Kunstcentrum Mediamatic opende zaterdag 16 januari de tentoonstelling ‘Bardot Proviant Klub’ (geen spelfouten maar Deens). Op de tentoonstelling is onder meer echt zeehondenvlees te eten en kun je naaicursussen met zeehondenbont volgen.
Met het programma Vroege Vogels ging ik een paar dagen geleden op pad om te praten met de samensteller van de tentoonstelling.
Leidende vraag van de tentoonstelling is ‘Zijn zeehondjes zieliger dan varkens, koeien en kippen?’
Hoewel filosofen en psychologen er vaak tegen waarschuwen om het ene leed met het andere te vergelijken, zou ik zou antwoorden ‘nee’ – waarmee de hele tentoonstelling kan opdoeken.
Maar de makers van de tentoonstelling willen niet een antwoord op die vraag – ze blijken zelfs helemaal niet in de vraag geïnteresseerd. Het is geen oprechte vraag, maar een beschuldiging. Bovendien een beschuldiging aan dierenbeschermers, getuige de naam van Brigitte Bardot in de titel. Overigens uit Mediamatic de beschuldiging onder het mom dat ze geen standpunt willen innemen, maar alleen tot ‘discussie willen prikkelen’.
Daarover zo meer. Nu eerst de beschuldiging. Die luidt in het kort: dierenbeschermers zijn hypocriet want zij geven om zielige zeehonden en niet om zielige varkens.
Dat is natuurlijk klinkklare onzin. Dierenbeschermers zijn net zo actief om varkens een beter leven te geven dan dat zij zeehonden beschermen. Zo komt ook de stichting van Brigitte Bardot voor allerlei dieren op, onder andere door dierenbeschermers in Brussel te steunen om het lot van varkens, koeien en kippen in Europa te verbeteren.
Toen ik de woordvoerder hier op wees, bleek hij dat niet te weten. Kennelijk zijn de makers van de tentoonstelling niet in feiten geïnteresseerd, maar slechts in hun eigen vooroordelen.
Los daarvan, hypocrisie is een algemeen bekende karaktertrek van homo sapiens - om dit aan te tonen over de rug van zeehonden en zelf buiten schot te willen blijven is nogal laf, maar wel weer een aanvullend bewijs voor die hypocrisie. Beter zou zijn je te houden aan het adagium beter inconsequent goed, dan consequent fout.
Maar er is nog een ander belangrijk punt. Dieren worden in deze wereld voor allerlei doeleinden uitgebuit. Een beschaafde samenleving zal zich ervoor inzetten die uitbuiting zoveel mogelijk terug te dringen en te verzachten. Dat we daar nog weinig in geslaagd zijn is tragisch, maar we maken wel progressie. Zo gaat de Nederlandse wet uit van het ‘nee-tenzij’-principe. Dat betekent dat we geen dieren mogen gebruiken, tenzij daar goede redenen voor zijn.
De vergelijking van zeehonden met varkens gaat in dit opzicht niet op. Zeehonden worden doodgeknuppeld voor een totaal overbodig modeproduct als bont. Beter is de zeehondenjacht daarom te vergelijken met de bontindustrie in Nederland. In Nederland worden immers zo’n 5 miljoen nertsen jaarlijks vergast – óók voor hun vachtje.
Toen ik de woordvoeder dat voorhield, zei hij dat ik dat verkeerd zag, ik mocht de nertsen niet met de zeehonden vergelijken. ‘In het eerste geval gaat het om bio-industrie, in het tweede om jacht.’ Pardon? Op die vergelijking is de hele tentoonstelling gebaséérd. Of zouden ze bij Mediamatic denken dat we in Nederland onze koeien bejagen?
En áángenomen dat we zeehondenjacht niet mogen vergelijken met vee-industrie, wat blijft er dan van de boodschap van de tentoonstelling over? Niet veel, want in Nederland werd de zeehondenjacht al in 1962 verboden. Ook daar bleken de tentoonstellingsmakers overigens niet van op de hoogte.
Maar zult u tegenwerpen, de zeehonden waar het op de tentoonstelling om draait, zijn zeehonden bejaagd door de Inuit, die de zeehonden ook éten.
Inderdaad, en daarmee valt nóg een keer de bodem onder de tentoonstelling weg. Want waar dierenbeschermingsorganisaties actie tegen voeren is niet de jacht van de Inuit voor eigen voedsel, maar de commerciële zeehondenjacht voor bont. Het Europese importverbod geldt alleen die commerciële jacht, niet die van de Inuit.
Het is daarmee zelfs precies de reden waarom deze tentoonstelling mogelijk is, want de zeehondenproducten die er zijn, zijn afkomstig van de Inuit. Anders was de tentoonstelling illegaal. In dat opzicht is er dus helemaal geen issue. Wel zit daar nog een interessant aspect aan, want de Inuit worden door de Canadese regering misbruikt om de commerciële jacht te verdedigen, maar aan dat misbruik storen de tentoonstellingsmakers zich dan weer niet.
‘Ja, maar de zeehondenvachten zijn ecologisch verantwoord’, probeerde men nog. Nu is bont een zeer milieuverontreinigend product - meer informatie in het rapport Toxic Fur van onze collega’s van de Humane Society. Daarmee geconfronteerd, was het verhaal opeens dat daar de tentoonstelling helemaal niet om ging, om ecologie, dat ze wilde wegblijven van die discussie en hij instrueerde een van de kunstenaars voortaan niet meer over ecologie te beginnen.
En toen dacht de woordvoerder me tuk te hebben. Tijdens het gesprek dook hij naar mijn been om bruusk been en laars te betasten – geen onverdeeld genoegen - terwijl hij triomfantelijk uitriep dat ik daar maar op mijn leren laarzen stond te ageren tegen de zeehondenjacht. Jammer voor hem was dat ik al 25 jaar geen leer meer draag.
Vervolgens bleek dat hij dat ‘bontgeneuzel’ helemaal zat was en ging het plotseling om de mooie foto’s. Tja, dat krijg je ervan als je met je vooroordelen vermeende vooroordelen bij andere probeert te bestrijden. Ennuh, de tentoonstelling moest toch tot discussie prikkelen?
Dat de tentoonstelling in het geheel niet onpartijdig is, blijkt er het meest duidelijk uit dat je als bezoeker zeehondenvlees kunt eten. Daarmee is het doodsoordeel van de makers over zeehonden geveld. De tentoonstelling is kortom geen integere bevraging van de positie van dieren in onze samenleving, maar een gemakzuchtig, quasi-artistiek, maar onbedoeld exposé van eigen vooroordelen.
De dieren – koeien, kippen, varkens, nertsen én zeehonden - verdienen beter.
Claudia Linssen
Directeur Bont voor Dieren









